Jaarcongres 2022

NVB - Ledennetwerk

De NVB-leden vormen een netwerk van havens, havenbedrijven, gemeenten, regio's, provincies, ontwikkelingsmaatschappijen en geassocieerde organisaties. Meer informatie

Onshore Power Supply Network groeit door!

OPSN, hét netwerk voor partijen in de walstroommarkt is vol in beweging. Sinds de oprichting begin dit jaar en het aanhaken van de NVB als lid heeft OPSN niet stilgezeten. 

OPSN is verder uitgebreid, met meer relevante partijen in de walstroomwereld. Naast dat er vaarwegbeheerders, havengemeenten en belangenverenigingen actief zijn binnen het netwerk, is het aantal marktpartijen ook verder toegenomen. Recent zijn bijvoorbeeld ook Greener Power Solutions (van de batterijcontainers), Green Award Foundation én Siemens toegetreden tot het netwerk. Dat maakt de groep koplopers nog completer, van partijen die walstroom (willen) aanbieden, tot de hele product- en techniekketen die dat mogelijk kunnen maken.

Inmiddels is OPSN gegroeid tot 25 organisaties die allen het belang van gezamenlijke ontwikkeling en innovatie van walstroom inzien. Tijdens de regelmatige bijeenkomsten worden de laatste trends en ontwikkelingen uitgewisseld en maken zo gezamenlijk stappen voorwaarts. Eind augustus vond de Zomerborrel plaats. Varen over de mooie Vecht, een goede borrel en inhoudelijk bijgepraat over de zaken die spelen op het gebied van walstroom.

Het walstroomcollectief – een marktverkenning

Het Walstroomcollectief is een informele samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse havenbedrijven, havengemeenten en vaarwegbeheerders met als doel om op de juiste locatie de juiste walstroomvoorziening aan te leggen. De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens is strategisch partner van het Walstroomcollectief. De partners hebben scherp voor ogen dat havenontwikkeling op een duurzame manier gedaan moet worden. Ook zien zij dat collectief -echt in samenspraak met elkaar- ontwikkelen, substantiële voordelen heeft. Port Solutions Rotterdam B.V. (PSR) is regisseur van dit collectief.

Het Walstroomcollectief ziet de urgentie van de duurzame ontwikkelingen en zet gezamenlijk de volgende stap voor de juiste walstroom infrastructuur op de juiste locatie. Bij partners van het Walstroomcollectief is behoefte aan richtlijnen, structuur en uitgangspunten die met elkaar worden ontwikkeld zodat uniformiteit en standaardisatie ontstaat.

In de eerdere stappen die het Walstroomcollectief heeft gezet is de basis gelegd om tot de juiste voorziening op de juiste locatie te komen. Eind 2020 is door PSR het onderzoek ‘Walstroom, een haalbaarheidsonderzoek naar clustering van behoefte’ opgeleverd. Dit onderzoek geeft een helder beeld van de walstroommarkt en de manier waarop toekomstige ontwikkelingen vorm kunnen krijgen. Dit onderzoek vormt de basis voor de stappen die het collectief met elkaar zet. In september 2021 is vervolgens door PSR het handboek ‘Scheepstypen en behoefte aan walstroom’ opgeleverd. Dit is een handboek waarin per scheepstype het gemiddeld verbruik van walstroom en de vermogensbehoefte is weergegeven. Dit is voorwaardelijk om per locatie inzicht te kunnen krijgen in de vermogensbehoefte. Recent is een inventarisatie gedaan naar de vermogensbehoefte per locatie. Om een goed beeld te geven: de 13 partners in het collectief hebben in totaal ruim 220 locaties waar behoefte is aan een of meerdere walstroomvoorzieningen met een veelvoud van aansluitingen. Dit betekent dat we het hier hebben over een substantieel aantal walstroomvoorzieningen in Nederland en Vlaanderen die gerealiseerd moeten gaan worden. Er is in de inventarisatie uitdrukkelijk geen advies gegeven over de daadwerkelijke plaatsing van een walstroomvoorziening op een locatie. Dit is zeer afhankelijk van de logistieke operatie en de fysieke inrichting, maar ook van de gekozen oplossing voor de walstroomvoorziening. Deze inventarisatie is bedoeld om een goed beeld te krijgen van de behoefte die er is aan walstroom en over welke vermogens dit gaat.

Ondertussen is het Walstroomcollectief in gesprek met Rijkswaterstaat over deelname aan het collectief. Wanneer ook Rijkswaterstaat aansluit, betekent dit een uitbreiding met nog eens ruim 500 locaties. Het is goed om te realiseren dat toetreding van RWS kan betekenen dat het Walstroomcollectief een leidende rol gaat spelen aan de klantzijde van de walstroommarkt. Die rol ligt nu nog bij het samenwerkingsverband (qua walstroom) van de havens van Rotterdam, Amsterdam, Drechtsteden, Antwerpen en de Vlaamse Waterweg NV. Het is echter niet de bedoeling om te gaan concurreren tussen deze groepen; het is juist de bedoeling om samen te komen tot uniforme standaarden voor zowel apparatuur, technische oplossingen als afrekenen/administratie. Een sterk Walstroomcollectief kan daarbij de hegemonie van huidige marktpartijen doorbreken en sturen op oplossingen via onafhankelijke, neutrale partijen die voor álle beheerders – de zeehavens én het Walstroomcollectief - werken. Het Walstroomcollectief is al actief betrokken bij de deelprojecten ‘Standaardisatie wal-schip aansluiting’ en ‘Open data-communicatie protocol’ van het project ‘Versnelling uitrol walstroom’ waarvoor het consortium van Havenbedrijf Rotterdam, Havenbedrijf Amsterdam, Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders en Stena Line subsidie van IenW hebben ontvangen.

De volgende stap
In een bijeenkomst van maandag 5 september 2022 is met meer dan 25 vertegenwoordigers van havens, havengemeenten, vaarwegbeheerders en provincies gesproken over de stand van zaken rondom het Walstroomcollectief, de ontwikkelingen op het dossier walstroom en de mogelijkheden voor de vervolgstap van het collectief.

 

De volgende stap van het Walstroomcollectief richt zich op twee verschillende onderdelen, te weten:

  • Een meerjarig programma walstroom per deelnemer waarmee inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze de aanleg van walstroomvoorzieningen prioriteit heeft binnen het beleid van de organisatie.
  • Een marktverkenning, waarin we verschillende belangstellende partijen raadplegen over de voorgenomen aanbesteding. Met de kennis die we opdoen tijdens de marktverkenning kunnen we in de aanbestedingsprocedure scherper formuleren wat precies onze vraag is aan de markt.

Wil je het voorstel voor de volgende stap ook ontvangen of meer informatie ontvangen over het Walstroomcollectief? Neem dan contact op met Marieke Vavier, regisseur van het Walstroomcollectief, via vavier@portsolutionsrotterdam.nl

Rijksbegroting 2023: NVB benadrukt noodzaak bereikbaarheid achterland

Rijksbegroting 2023: NVB benadrukt noodzaak bereikbaarheid achterland

De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB) is blij dat de Nederlandse overheid de noodzaak inziet van onderhoud en vernieuwing van het hoofdvaarwegennet. Het extra geld wat in de Rijksbegroting hiervoor is uitgetrokken is dringend nodig. De bereikbaarheid van het achterland en de daarin gelegen havens is niet altijd gegarandeerd. De urgentie om te zorgen voor een robuuste en goed onderhouden infrastructuur is groter dan ooit.

 

Nederland bereikbaar, leefbaar en veilig houden: dat staat voorop bij het werk van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het in stand houden van een robuust hoofdnetwerk van vaarwegen. Via het Mobiliteitsfonds investeert de Minister door middel van aanleg en benutting in dit netwerk, in binnenhavens en in de maritieme toegang van zeehavens om een goede en betrouwbare bereikbaarheid over water van de economische kerngebieden te realiseren.

 

In de Rijksbegroting 2022 was voor onderhoud en vernieuwing van het hoofdvaarwegennet voor het jaar 2023 een bedrag begroot van € 460.281.000,-. In de Rijksbegroting 2023 is dit bedrag € 591.958.000,- Voor onderhoud en vernieuwing van het hoofdvaarwegennet in 2024 een bedrag van  € 744.527.000,- begroot.[1] Geld wat dringend nodig is. De noodzaak van onderhoud en vernieuwing van het vaarwegennet is meer dan duidelijk. De scheepvaart wordt geconfronteerd met een constante stroom van storingen bij veel Nederlandse sluizen, met ongewenste stremmingen als gevolg. De bereikbaarheid van het achterland en de daarin gelegen havens is niet altijd gegarandeerd.

 

De droogte in 2022 leert dat een goed bereikbaar achterland niet altijd vanzelfsprekend meer is. Weersextremen vanwege de klimaatverandering zijn van grote invloed op de bevaarbaarheid van vaarwegen en leggen kwetsbaarheden van verbindingen bloot. Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen. Dit geldt óók onder extreme omstandigheden, zoals bij droogte of extreme regenval. Een goed bereikbaar achterlandnetwerk en binnenhavens vergt een robuuste, goed onderhouden én toekomstbestendige infrastructuur. Modal shift van weg naar water en groei van veilig en klimaatvriendelijk vervoer over water is alleen mogelijk als de leverbetrouwbaarheid door de binnenvaart is gegarandeerd.

 

De Nederlandse Vereniging van Binnenhavens roept de minister op werk te maken van een voortvarende uitvoering van de ambitie in het Coalitieakkoord voor de periode 2021 - 2025. Dat betekent een maximale inzet op goede verbindingen voor de binnenvaart én een goede bereikbaarheid van het hele land. Bereikbaarheid en mobiliteit zijn van groot belang voor ons welzijn en onze welvaart.

 

[1] Bronnen: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het jaar 2023 - Artikel 18 Scheepvaart en Havens - tabel 59; Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het jaar 2023 - Artikel 18 Scheepvaart en Havens - tabel 51.

CEF Transport call geopend tot 18 januari

Op 13 september jl. heeft de Europese Commissie de oproep gelanceerd tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma Connecting Europe Facility (CEF) voor vervoer. Het totale budget voor deze oproep bedraagt 5,12 miljard euro. De call blijft open tot 18 januari 2023.

Aanvragers worden sterk aangemoedigd om projecten van niet minder dan 1.000.000 euro aan medefinanciering in te dienen. De geplande duur van de werken en gemengde projecten moet maximaal 4-5 jaar bedragen. Voor studieprojecten moet het maximaal 2-3 jaar zijn.

De call is onderverdeeld in verschillende onderwerpen waaronder uw project(en) moeten worden ingediend.

Algemene envelop:

Cohesie-enveloppe:

Voor meer informatie over het CEF financieringsinstrument en het indienen van projecten door Nederlandse partijen, kunt u kijken op de website van RVO


CEF Transport Call 2021
In juni van dit jaar maakte de Europese Commissie de uitslag bekend van de 2021 CEF Transport Call. Nederlandse projectdeelnemers ontvangen € 45 miljoen subsidie voor 9 projecten. Het betreft onder andere projecten rond spoorwegen, havenontwikkeling, verkeersmanagement en multimodale passagiershubs.

Meer artikelen...

 

Go to top