Jaarcongres 2022 en 2023

Jaarcongres 2022

Bekijk hier nu de terugblik met foto's en video:
Grenzeloos - Blueports Limburg - 6 oktober 2022

Jaarcongres 2023

 

NVB - Ledennetwerk

De NVB-leden vormen een netwerk van havens, havenbedrijven, gemeenten, regio's, provincies, ontwikkelingsmaatschappijen en geassocieerde organisaties. Meer informatie

EFIP deelt uitgebreide update over het TEN-T dossier

EFIP deelt uitgebreide update over het TEN-T dossier 

De Europese instellingen hebben voortdurend gewerkt aan de herziening van de TEN-V. Op 5 december 2022 heeft de Raad zijn volledige standpunt vastgelegd in een algemene oriëntatie. Het Europees Parlement (EP) bereikte een volgende mijlpaal toen het de verschillende amendementen besprak en zocht naar compromissen. Een stemming in het Parlement wordt verwacht in de eerste maanden van 2023. Hieronder vindt u een uitgebreide update over het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) in de Raad en het EP. Beide instellingen hebben de afgelopen maanden besprekingen gevoerd over de details van het TEN-T.

 

Standpunt van de Raad
De tekst van de algemene oriëntatie (GA) van de Raad betreffende de EU-richtsnoeren voor de ontwikkeling van TEN-T is goedgekeurd tijdens de Raad Vervoer op 5 december 2022. De GA zal de basis vormen voor de onderhandelingen met het EP.

 

Binnenhavens en binnenvaart

- Bescherming van de scheepvaartstatus: De lidstaten kunnen niet toestaan dat een deel van de binnenwateren een lagere status krijgt dan nu of dan de minimumvereisten;
- Riviercommissies: Afspraken op het niveau van de rivierencommissies moeten worden erkend voor alle instellingen van aanvullende eisen;
- Verzwakking van de goede navigatiestatus (GNS): De richtsnoeren hebben de uitvoeringsbesluiten vervangen (in het Commissievoorstel) en zullen minder aspecten bestrijken, d.w.z. waterwegen, havens of andere infrastructuur vallen niet onder de richtsnoeren. Dit betekent in feite dat de GNS weinig tot geen functionele gevolgen zullen hebben.

 

Spoor

- 740 m trein: Verdere flexibiliteit opgenomen voor de lengte van de trein en uitgestelde termijn;
- Spoorbreedteverandering: De lidstaten moeten nagaan waar de spoorbreedte niet overeenstemt met het algemene Europese profiel en de migratie ervan plannen;
- ERTMS: verdere vertraging van de volledige invoering van het systeem;
- Multimodaal platform: Minder eisen aan de lidstaten om voldoende infrastructuur te ontwikkelen.  Minder strikte analyse van de multimodale markt. Dit zal leiden tot minder ontwikkeling van nieuwe multimodale platforms;
- Spoorwegtoegangswegen: Aansluitingen op multimodale goederenterminals in binnen- en zeehavens worden vrijgesteld van de elektrificatie-eisen.

 

Overzicht van de TRAN-amendementen van het Europees Parlement (EP)
De TRAN-commissie leidt het dossier in het Europees Parlement met Barbara Thaler (AT, EVP) en Dominique Riquet (FR, Renew) als rapporteurs. Naast de 214 amendementen in het ontwerpverslag zijn er 1648 amendementen ingediend door EP-leden.
Analyse van de amendementen van de rapporteurs:
 

  1. Veerkracht als algemene prioriteit

- Definitie van "kritieke infrastructuur": De lidstaten verzoeken de kritieke infrastructuur op het kernnetwerk tegen 2025 in kaart te brengen en een verplichte klimaat- en milieukwetsbaarheidscontrole uit te voeren;
- Groene stroken die door de lidstaten moeten worden aangelegd: om in tijden van nood voor functionerende bevoorradingsketens te zorgen;
- Militaire mobiliteit: Oproep tot verhoging van de EU-financiering; de lidstaten moeten nagaan of het nodig is verder te gaan dan de TEN-V-normen, terwijl de Commissie een studie moet uitvoeren om de mogelijkheden voor grootschalige bewegingen op korte termijn in kaart te brengen;
- Onderhoudsoverwegingen zijn voorwaarden voor EU-financiering. Dit was een punt dat door het EFIP naar voren werd gebracht.
 

  1. Efficiënte voltooiing als algemene prioriteit

- Vergunningverlening: Er zijn veel verwijzingen naar de "slimme TEN-T"-wetgeving (stroomlijning van vergunningsprocedures). Bijgevolg moeten de lidstaten prioritaire procedures instellen indien deze nog niet bestaan, en deze toepassen op de TEN-T-kernnetwerkprojecten van gemeenschappelijk belang;
- Vertragingen: Indien een project twee jaar vertraging oploopt, wordt de Commissie verzocht een inbreukprocedure in te leiden;
- Index voor netwerkconnectiviteit: De Commissie moet een index ontwikkelen om de connectiviteit te meten en middelen kanaliseren waar connectiviteit ontbreekt;
- CEF: De voltooiing van het kernnetwerk moet prioriteit krijgen;
- Uitvoeringsverslag: De Commissie moet dit jaarlijks voor elke vervoerscorridor naar het Parlement en de Raad sturen.
 

  1. Binnenhavens en binnenvaart

- Bruggen: Nieuwe bruggen moeten minstens even hoog zijn als de laagste brug van het stroomgebied.

De volgende punten werden door het EFIP naar voren gebracht:

- Havenuitbreiding: De modernisering en uitbreiding van de capaciteit van de voor het vervoer noodzakelijke infrastructuur is toegevoegd aan de lijst van prioriteiten voor de ontwikkeling van de infrastructuur;

- Milieuvriendelijke behandeling van schepen: De infrastructuurvereisten voor de behandeling van schepen zijn opengesteld voor nadere specificatie in de uitvoeringsbesluiten;

- Multimodale terminals: Terminals buiten de haven met een rechtstreekse treinverbinding worden aanvaard als zijnde in overeenstemming met de eis. Bovendien moeten de lidstaten op basis van het bestuur van de haven en de structuur van het spoorwegnet de entiteit aanwijzen die verantwoordelijk is voor de spoorwegverbinding en de multimodale terminal van de haven.
 

  1. Rail

- Laatste mijl: Spoorwegtoegangswegen en "last mile"-verbindingen moeten voldoen aan de spoorwegeisen, maar in naar behoren gemotiveerde gevallen (waaronder kostenefficiëntie van de dienst, geografische of aanzienlijke fysieke beperkingen) kunnen de lidstaten om een vrijstelling verzoeken. Dit was een punt dat door het EFIP naar voren werd gebracht;

- ERTMS: de eisen worden aangescherpt door elke mogelijkheid tot vrijstelling te schrappen en door ERTMS als voorwaarde te stellen voor EU-financiering van nieuwe spoorweginfrastructuurprojecten;
- Spoorwijdte: Verzoek om een verplichte EU-standaardspoorbreedte voor alle nieuwe infrastructuur en een migratieplan voor bestaande infrastructuur op de Europese vervoerscorridors.

 

In de aanvullende amendementen van de EP-leden zijn de standpunten gemengd:


Algemeen

- Veel amendementen leggen de nadruk op de veerkracht van de strategische infrastructuur en het netwerk als geheel, gezien natuur- en klimaatrampen en geopolitieke verstoringen;

- Noodzaak om de bestaande knelpunten aan te pakken, met name bij grensoverschrijdende verbindingen;

- Sommige parlementsleden drongen aan op de noodzaak om de aandacht te verruimen tot zowel gecombineerd als multimodaal vervoer (nadruk op gecombineerd in het Commissievoorstel), en om het spoor niet te isoleren, maar een multimodaal vervoersnetwerk inclusief IW mogelijk te maken;

- De Commissie moet, in coördinatie met de Europese coördinatoren, toezien op het onderhoudsniveau;

- Multimodale knooppunten die grensoverschrijdend vervoer mogelijk maken, worden beschouwd als grensoverschrijdende trajecten;

- Bij het aanwijzen van multimodale goederenterminals moeten de lidstaten alle relevante publieke en particuliere actoren raadplegen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, havenautoriteiten, verladers en vervoers- en logistieke operatoren die op hun grondgebied actief zijn;

- De coördinatoren van de Europese vervoerscorridors (ETC) moeten de investeringsbehoeften voor rivieren, kanalen en meren en voor de binnenwateren van de ETC in kaart brengen en prioriteren.

 

Binnenwateren

- De corridorbenadering moet in aanmerking worden genomen bij het vaststellen van de TEN-T-eisen (in plaats van stroomgebied in het Commissievoorstel - in plaats van waterwegsecties in de amendementen van de co-rapporteurs);

- Amendement dat het mogelijk moet maken binnenvaarttrajecten toe te voegen die momenteel niet volledig worden erkend. Dit is met name van belang voor de binnenwateren in Polen en Tsjechië;

- Sommige amendementen betreffen het nieuwe concept van de binnenvaartruimte (cf. Europese maritieme ruimte), ingediend door een EPP-lid. Dit lijkt een poging te zijn om het onderhoudsniveau van de Europese waterwegen te verbeteren. Dit concept zou een onnodige administratieve laag toevoegen aan het reeds bestaande kader; Sommige amendementen van de Groenen hebben betrekking op vrij stromende rivieren, in verband met het "do no significant harm" concept, en schrappen bijgevolg de Elbe en Sava rivieren uit het TEN-T Netwerk in een poging om te voldoen aan de doelstellingen van de Natuurbescherming en Biodiversiteit wetgeving;

- Goede navigatiestatus (GNS): De lidstaten kunnen niet toestaan dat een deel van de binnenwateren in een lagere toestand geraakt dan nu of dan de minimumvereisten. De lidstaten moeten er vóór 31 december 2030 voor zorgen dat GNS gewaarborgd is. Bovendien worden lagunes toegevoegd aan het toepassingsgebied van de GNS-vereisten, als aanvulling op "rivieren, kanalen, meren, binnenhavens en hun toegangswegen";

- In sommige amendementen wordt erop aangedrongen dat per vaarweggedeelte referentiewaterstanden worden vastgesteld in uitvoeringshandelingen die in nauwe samenwerking met de lidstaten en in overleg met de riviervaartcommissies worden opgesteld;

- In de IW-infrastructuur moet ook aandacht worden besteed aan de inzet van middelen om de vaarwegomstandigheden te monitoren, alsmede aan digitalisering en automatisering;

 

Havens

- Spoorverbindingen met havens worden erkend als essentieel voor het netwerk en moeten in stand worden gehouden en toegankelijk blijven voor de gebruikers;

- Onder verwijzing naar de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) voegen sommige ID-leden definities toe van "havenbeheerder", "haveninfrastructuur" en "havensuperstructuur" om de instantie aan te duiden die verantwoordelijk is voor de bouw, het beheer en het onderhoud ervan;

- In de vereisten voor het uitgebreide netwerk van binnenhavens is het jaarlijkse goederenoverslagvolume van 500.000 ton niet meer het enige criterium. Een binnenhaven kan ook als een uitgebreide haven worden beschouwd indien zij een jaarlijks verkeersvolume van meer dan 500.000 personen heeft. Zij kan ook in aanmerking komen als zij specifieke behoeften bedient, zoals de brandstofvoorziening van industriële installaties of andere verkeersdragers (bv. luchthavens);

- Uitgebreide binnenhavens moeten volgens het Commissievoorstel worden aangesloten op de spoor- en wegeninfrastructuur. Een amendement van de Groenen wil de eis van een wegverbinding schrappen;

- Met betrekking tot voorzieningen om de milieuprestaties van schepen in havens te verbeteren (waaronder ontgassingsinstallaties) wordt in een amendement een verplichte kosten-batenanalyse voorgesteld die de ontwikkeling van deze voorzieningen langs corridors in feite zou belemmeren, terwijl de Groenen OPS toevoegen als verplichte milieuvoorziening. Dit laatste moet echter in de AFIR worden geregeld. Dit artikel is beter geformuleerd in andere amendementen om ontwikkeling op strategische locaties mogelijk te maken volgens een corridoraanpak (corridorwerkplannen). Zoals hierboven vermeld, hebben de co-rapporteurs besloten dat deze faciliteiten nader moeten worden gespecificeerd in de uitvoeringsbesluiten;

- Het wijzigen van artikelen om de OPS-vereiste toe te voegen valt buiten het bestek van deze artikelen, aangezien dit wordt behandeld in de AFIR (amendementen van een lid van de Groenen en een lid van de S&D-Fractie);

- In de bijlagen voegt een EP-lid Hals, Aalborg en Thyboron (Denemarken) toe aan de binnenwaterkaart. De spoorlijn in Galati wordt opgewaardeerd tot het kernnetwerk en Galati wordt een Rail-Road Terminal (RRT).

 

 

Vergadering TRAN
De TRAN-commissie is op 8 december bijeengekomen om de talrijke amendementen te bespreken. De co-rapporteurs benadrukten de sterke positie die het Parlement verwacht in de discussie met de Raad. Bovendien voegden zij eraan toe dat elke toevoeging of schrapping in de bijlagen (kaarten) alleen met instemming van de lidstaten mogelijk is. De Europese Commissie herhaalde toen haar verzet tegen bijna alle toevoegingen aan de bijlagen en kaarten.Er wordt gewerkt aan compromisamendementen die begin 2023 zullen worden besproken en waarover het comité in februari zal stemmen.

 

EFIP deelt laatste stand van zaken via I&I -commissie
In januari zal EFIP binnen de Infrastructuur & Investments (I&I) committee de laatste stand van zaken bespreken. NVB neemt deel aan dit overleg en zal haar leden op de hoogte houden over de voortgang van dit dossier.

Per 2025 lozingsverbod voor passagiersschepen met meer dan 12 personen

In Europa bestaat regelgeving voor de verzameling, afgifte en inname van huishoudelijk afvalwater van passagiersschepen. Huishoudelijk afvalwater betreft afvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, alsmede toiletwater. Het Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) bevat een verbod voor passagiersschepen om dit afvalwater te lozen in het oppervlaktewater. Het verdrag is van toepassing op de hele Rijn en op alle binnenwateren in Nederland, Duitsland, België en Zwitserland en tevens op de internationale Moezel in Luxemburg en Frankrijk.

Wat betekent het lozingsverbod voor de passagiersvaart?
Sinds enige tijd kent het CDNI-verdrag een lozingsverbod van huishoudelijk afvalwater voor hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen en voor passagiersschepen die zijn toegelaten voor het vervoer van meer dan 50 passagiers. In het CDNI-verdrag is besloten dit lozingsverbod uit te breiden naar hotelschepen met meer dan 12 slaapplaatsen en naar passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 12 passagiers, zoals riviercruise- en hotelschepen, dagtochtschepen, charterschepen en rondvaartboten. Het verbod treedt op 1 januari 2025 in werking. Voor bepaalde categorieën schepen gelden overgangsbepalingen of eerder gemaakte uitzonderingen. Deze schepen moeten per 1 januari 2030 voldoen aan het lozingsverbod door te beschikken over een verzameltank of boordzuiveringsinstallatie.

Brancheorganisaties KBN en BBZ ondersteunen overheden bij het uitvoeren van beleid
Om Nederland tijdig klaar te maken voor de uitbreiding van het lozingsverbod werken het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en de brancheverenigingen Koninklijke binnenvaart Nederland (KBN) en de Vereniging voor Beroepschartervaart (BBZ) nauw samen om het noodzakelijke netwerk van afgiftepunten voor huishoudelijk afvalwater in kaart te brengen en te doen laten realiseren. Er wordt ingezet op het laten realiseren van afgiftepunten voor huishoudelijk afvalwater op het riool in de havens waar deze schepen veelal ligplaats nemen. Op deze manier kunnen schepen eenvoudig het huishoudelijk afvalwater afgeven. Door brancheorganisaties KBN en BBZ is inzichtelijk gemaakt in welke havens (meer) afgiftepunten voor huishoudelijk afvalwater noodzakelijk is en wat ervoor nodig is dit te realiseren. Deze informatie vormt het uitgangspunt waarmee de samenwerking richting havens, gemeenten en andere relevante partijen gezocht kan worden.

Oproep vanuit de sector
Begin 2022 hebben de BBZ en KBN een enquête uitgezet en in kaart gebracht wat nodig is om aan het lozingsverbod te kunnen voldoen. Aangezien er op dit moment geen compacte betaalbare en goedgekeurde boordzuiveringsinstallaties beschikbaar zijn om huishoudelijk afvalwater aan boord van kleine schepen te zuiveren en ook niet de verwachting bestaat dat deze vanwege een te klein marktaandeel zullen worden ontwikkeld, is de sector volledig afhankelijk van voldoende afgiftepunten aan de kades van de verschillende havens. (Vrijwel) alle passagiersvaartschepen beschikken over pomptechniek aan boord waarmee ze zelf het vuilwater kunnen afgeven. Het overgrote merendeel (79%) van de schepen is genoodzaakt dagelijks af te pompen omdat de capaciteit van de vuilwatertank dit vereist (de gemiddelde vuilwatertank bevat ruim 2700 liter).

De afgiftepunten kunnen eenvoudig, onderhoudsvriendelijk en goedkoop worden uitgevoerd (zie onderstaande foto’s van al bestaande goed functionerende afgiftepunten). Het enige wat nodig is om de schepen te faciliteren zijn aansluitpunten op het riool met een uniforme koppeling, zoals de Camlock 50, waarbij de nippel aan de wal wordt geplaatst.

Faciliteren van vuilwaterafgiftepunten door havens biedt kansen
De kleinere passagiersvaart vervult een belangrijke toeristische en economische functie voor de gebieden waarin zij vaart. Havens en gemeenten doen er dan ook verstandig aan om voldoende aansluitingen te faciliteren, afhankelijk van het aantal ligplaatsen, de grootte van de thuisvloot en het aantal passanten-schepen. Daarbij moet rekening gehouden worden met het feit dat het afpompen van de vuilwatertank slechts gemiddeld 20 minuten duurt.

Brancheorganisaties KBN en BBZ zijn graag bereid de havens te ondersteunen met kennis en informatie over hoe de afgiftepunten het best ingericht kunnen worden.

De klant op 1 in de haven van Arnhem

De haven van Arnhem wil klantgericht diensten verlenen en de scheepvaart optimaal faciliteren. Daarom hebben wij ons de vraag gesteld; Kunnen we door digitalisering havenprocessen beter stroomlijnen waardoor prestaties meetbaar worden, de administratieve druk op de havendienst verminderen en de scheepvaart op eenvoudige wijze gebruik laten maken van een eenduidige set aan digitale tools waardoor de communicatie tussen de partijen goed of nog beter zal verlopen? Het antwoord is: ja, dat kan. Wij delen graag onze ervaring en hopen u hiermee te inspireren aan de slag te gaan met het digitaliseren van havenprocessen.
 

Terugblik:
De wens was duidelijk echter bleek de praktijk vaak weerbarstiger. Er werden veel ad hoc besluiten genomen en een wirwar van aangekochte- of zelf ontwikkelde systemen deden hun intrede Sommige systemen zagen maar even het daglicht, andere wat langer. De systemen leverde de gemiddelde havenmeester niet echt tijd op, de schipper voelde zich niet gehoord en had er amper profijt van. Inzichten in processen en resultaten voor de havenmeester bleven vaag en/of onbevredigend. Op enig moment ontstond zelfs bijna de vraag of digitalisering niet te veel een doel op zich zelf was en er was zelfs even,  uit frustratie,  de behoefte om terug te gaan naar de pen en het “oude havenbriefje”.

Facturen kwamen van alle kanten:
Inmiddels waren er de eerste locaties met walstroom, waarbij bijna de meter met het boekje moest worden opgenomen. Naast walstroom wordt liggeld, drinkwater, afgifte van huisvuil en rioolwater door diverse bedrijven geleverd en werden de kosten van de diverse bedrijven doorbelast aan schippers en rederijen. De financiële afhandeling van de dienstverlening door verschillende bedrijven veroorzaakte met regelmaat miscommunicatie en in sommige gevallen bijna onverhelpbare storingen. 

Was dit nu in lijn met de wens Havenbedrijf Arnhem ?
Nee: Dus werd er terug gegaan naar de basis en bijna naar pen en papier.
KISS (Keep It Smart & Simple) werd het sleutelwoord voor de manier waarop we vanaf dat moment het havenmanagement wilde optuigen. Een ict-er die zijn eigen visie mocht inbrengen, maar primair de uitgangspunten en ervaringen van de havendienst moest respecteren.

 

Het resultaat mocht er zijn: een Havenmanagementprogramma van Arnhem

  1. Ontzorgen van de scheepvaart: Schepen die Arnhem aandoen, kunnen zich op verschillende manieren kenbaar maken. Natuurlijk moet naam en rugnummer bekend zijn en wat er staat te gebeuren. Het is aan de gebruiker: of ze de telefoon, email of  een laagdrempelig digitaal portaal (geen account nodig)gebruiken. Maatwerk is het devies.
  2. Ontzorgen van het havenbedrijf: We maken gebruik van de modules walstroom, reserveringen, planning en registratie waardoor de havenmeester en de gebruikers worden ontzorgd. Binnenkort verwachten we een verdere uitbreiding met de module meldingen voor AIS, registratiemeldingen en reserveringsaanvragen.
  3. Communicatie: Deze staat centraal. Er worden door het havenbedrijf automatisch in te stellen e-mails verstuurd naar schippers en belanghebbenden. Het schip of de rederij krijgt een link waarmee actuele zaken zijn in te zien m.b.t. de aankomst-, lig- en vertrekactie. In het overzicht zijn de (lopende) kosten te zien, zoals havengeld, walstroom, drinkwater, etc., Evenals overige diensten.
  4. De managementinformatiemodule waar met een paar muisklikken duidelijk wordt wat de kosten/opbrengsten zijn per in te stellen kade of gebied per ingestelde periode. Alle overzichten zijn te downloaden. De mogelijkheid bestaat om data te delen met collega havens, schepen, rederijen, verladers, RWS, overige belanghebbende bedrijven, etc.

 

Een voorbeeld van het KISS principe:
Walstroommanagement in Arnhem. Deze is integraal gekoppeld aan het digitaal havenmanagementprogramma. Echter de schipper/kapitein merkt daar niets van. Na openen van de kast en het aansluiten van de kabel(s) drukt hij op een knop en is walstroom direct beschikbaar. Aanmelden via een app is niet nodig. Het havenbedrijf ziet een walstroomactie gestart. Doordat bekend is om welk schip het gaat wordt de walstroomregistratie gekoppeld aan de ligplaatsactie en kan alles na beëindiging op 1 factuur. Voordeel is dat de schipper niet hoeft te wachten op acceptatie van een platform (app of internet). Nadeel is dat er stroom gestolen kan worden, dit is in de afgelopen twee jaar nog niet voorgekomen. Natuurlijk willen we nog verder verbeteren en mee gaan met de (digitale) tijd. Echter we staan niet achteraan in de rij, bij het inslaan van de digitale weg. We zijn trots op wat we hebben bereikt en delen graag onze kennis.

De samenwerking met het Havenbedrijf van de gemeente Nijmegen:
Inmiddels wordt er operationeel samengewerkt met Nijmegen en wordt onderzocht of de principes breder toegepast kunnen worden, waarbij KISS het uitgangspunt is en de digitaliseringstools van ondergeschikt belang zijn. Door deze samenwerking zijn we minder kwetsbaar, delen we kennis en bouwen wij aan een toekomstbestendige haven.

Het Onshore power Supply Network (OPSN) brengt gamechangers en koplopers in de walstroommarkt bij elkaar.

De vraag is… hoe zorgen we mèt elkaar dat de juiste walstroomvoorzieningen op de juiste plaats gerealiseerd worden? Kunnen we een manier vinden waarop we van elkaar leren, zorgen dat we op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de markt én elkaar uitdagen om te blijven innoveren? Is daar een platform voor?

En óf dat er is. Het Onshore power Supply Network (OPSN) brengt gamechangers en koplopers in de walstroommarkt bij elkaar.

Sinds begin 2022 is het mogelijk om als koploper in de walstroommarkt aan te sluiten bij OPSN. Dit netwerk heeft als doel het samenbrengen van stakeholders in de walstroommarkt, het delen van kennis en het gezamenlijk stappen zetten om zodoende uitrol van walstroomvoorzieningen in zeevaart en binnenvaart te versnellen. Zowel de aanbieders van walstroom (havenbedrijven, havengemeenten, provincies en vaarwegbeheerders), als belangenverenigingen (NVB en KBN) en marktpartijen uit het walstroom eco-systeem zijn binnen OPSN vertegenwoordigd.

Het laatst georganiseerde event -de OPSN Company Visit x Endenburg Elektrotechniek- stond volledig in het teken van de toekomst van de walstroomkast én discussie rondom vereiste standaarden, interessante businessmodellen en de vertaalslag voor walstroom van binnenvaart naar zeevaart. Partijen uit het walstroom eco-systeem lieten hun licht schijnen over de toekomst van walstroom, waarna vervolgens verschillende thematafels geformeerd zijn om in gesprek te gaan over een drietal stellingen. Met de uitkomsten wordt weer een volgende stap gezet.

Aansluiten bij OPSN
Aansluiten bij OPSN is ook in 2023 weer mogelijk. Maar waarom zou je dat doen? De ontwikkelingen in de walstroommarkt volgen zich in razend tempo op. Op regelmatige basis sparren en kennis uitwisselen met andere spelers uit de markt is daarom van essentieel belang om alle relevante ontwikkelingen te blijven volgen. OPSN is het platform wat dit faciliteert. Bij OPSN zit je dicht op het vuur, de plek waar je elkaar ontmoet.

Komend jaar trappen we af met een Meet-Up bij een van de OPSN partners. Royal Roos in Rotterdam host dit OPSN event. Een (einde van de) middag waarbij we in gaan op financieringsmogelijkheden voor walstroom (vanuit de RVO) én de laatste trends, ontwikkelingen en ambities met elkaar delen. Samen geven we power aan walstroom!

Wilt u meer weten? Kijk dan op www.opsn.nl Daar staan doelen, voorwaarden en mogelijkheden weergegeven. Ook kunt u mailen naar serge@opsn.nl voor meer informatie.

  

Meer artikelen...

 

Go to top