Toekomst infrastructuur in Nederland

Recent heeft een coalitie van 24 partijen, waaronder de NVB, het kabinet opgeroepen om meer prioriteit te geven aan mobiliteit en meer middelen uit te trekken voor vervoer, zie dit artikel bij het NVB-nieuws.


Het kabinet informeert de Tweede Kamer met deze brief over de voortgang van het MIRT. Het belang van investeringen in de infrastructuur in Nederland is noodzakelijk. Uit de nieuwste cijfers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt tot 2020 een sterke toename van de congestie (59% ten opzichte van 2014, en 10% ten opzichte van 2010) en daarmee toenemende druk op de bestaande infrastructuur.


De coalitie van inmiddels 31 maatschappelijke organisaties en vervoersbedrijven is positief over de reactie. De partijen zien dat het kabinet erkent dat er nog veel werk te doen is om Nederland mobiel te houden en dat een maatschappelijk debat daarover hard nodig is.


Dat het kabinet 10 miljard uit de begrotingen van 2028 tot en met 2030 nu alvast reserveert voor beheer, onderhoud en toekomstige aanleg van nieuwe infrastructuur ziet de coalitie als een eerste stap in de goede richting. De partijen geven aan dat het daarnaast van belang is dat de politiek ook in de begrotingen tot aan 2028 meer ruimte creëert voor de aanleg van nieuwe en slimme infrastructuur over de weg, het water en spoor.


Bij de aanpak zijn alle modaliteiten van belang.  Bij de hoofdvaarwegen zijn de verdere verruiming van de Twentekanalen en de tweede sluiskolk in Eefde in de realisatiefase gekomen. Uitvoeringsbesluiten zijn ook genomen voor de nieuwe sluis Terneuzen en voor de haven Tuindorp bij Lobith.

 

 

Go to top