Jaarcongres 2022

NVB - Ledennetwerk

De NVB-leden vormen een netwerk van havens, havenbedrijven, gemeenten, regio's, provincies, ontwikkelingsmaatschappijen en geassocieerde organisaties. Meer informatie

Statuten NVB

NAAM EN ZETEL

Artikel 1 

  1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Vereniging van Binnenhavens.
  2. Zij is gevestigd te Rotterdam.

 

DOEL

Artikel 2 

  1. De vereniging heeft ten doel:
    1. de belangen te behartigen van de binnenhavens als logistieke knooppunten en belangrijke centra van economische, industriële en recreatieve activiteiten;
    2. de bevordering van de integratie van de binnenhavens in de multimodale transportnetwerken;
    3. de versterking van de positie van de binnenhavens in het nationale en Europese transportbeleid;
    4. het bijdragen aan de realisatie van toekomstbestendige binnenhavens die onderdeel zijn van een efficiënte en duurzame vervoersinfrastructuur;
    5. het gezamenlijk uitvoering geven aan prioritaire en strategische projecten, die bijdragen aan het versterken van de logistieke en economische posities van de binnenhavens.
  2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
    1. het opbouwen en onderhouden van een relevant netwerk van onder andere, maar niet beperkt tot, organen en instellingen van de Europese Unie en andere internationale organisaties, Nederlandse overheden en andere nationale organisaties;
    2. de vertegenwoordiging van haar leden en belangenbehartiging binnen de European Federation of Inland Ports (de "EFIP");
    3. de bevordering van modal shift en vervoer van weg naar water in Nederland; in dit kader streeft de vereniging naar bevordering en realisatie van infrastructurele voorzieningen voor haar leden en haar geassocieerde organisaties en tevens verbetering van de positie van haar leden en haar geassocieerde organisaties op de transportcorridors;
    4. de publieke bewustmaking van de activiteiten alsmede de betekenis van de binnenhavens binnen de Nederlandse en Europese economie;
    5. de ontwikkeling van visie en het delen van kennis en het initiëren en zo nodig in eigen beheer uitvoeren van onderzoeken die bijdragen aan het doel van de vereniging;
    6. het verlenen van diensten aan Zeehavens/Havenbedrijven, geassocieerde organisaties en in voorkomende gevallen anderen; en
    7. het opstellen van een strategische agenda, gericht op het stimuleren van digitalisering van havendata, duurzaam havenbeleid, samenwerking en exploitatie in havens, energietransitie en bijdragen aan een circulaire economie.

 

LEDEN

Artikel 3 

Leden van de vereniging kunnen slechts zijn publiekrechtelijke rechtspersonen die direct of indirect havenfaciliteiten beheren en/of ontwikkelen, alsmede Zeehavens/Havenbedrijven als in artikel 4 bedoeld.

 

ZEEHAVENS/HAVENBEDRIJVEN

Artikel 4 

  1. Zeehavens/Havenbedrijven zijn ondernemingen of organisaties die direct havenfaciliteiten exploiteren, beheren en/of ontwikkelen, maar die geen publiekrechtelijke rechtspersonen zijn.
  2. Zeehavens/Havenbedrijven kunnen gebruikmaken van diensten van de vereniging en hebben toegang tot de bijeenkomsten, activiteiten, informatie en platforms van de vereniging, tegen betaling als in artikel 9 bedoeld.
  3. Zeehavens/Havenbedrijven hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke bij of krachtens de statuten of bij of krachtens het huishoudelijk reglement aan hen zijn toegekend of opgelegd.

 

GEASSOCIEERDE ORGANISATIES

Artikel 5 

  1. Geassocieerde organisaties zijn ondernemingen of organisaties die binding hebben met de Nederlandse binnenhavens, maar waarvan de bedrijfsactiviteit niet direct of indirect het exploiteren van binnenhavens betreft, en die als geassocieerde organisatie tot de vereniging zijn toegelaten.
  2. Geassocieerde organisaties kunnen gebruikmaken van diensten van de vereniging in het kader van het verkrijgen van naamsbekendheid en hebben toegang tot door het bestuur vast te stellen bijeenkomsten, activiteiten, informatie en platforms van de vereniging, tegen betaling van een door het bestuur vast te stellen al dan niet periodieke vergoeding.
  3. Geassocieerde organisaties hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke bij of krachtens de statuten of bij of krachtens het huishoudelijk reglement aan hen zijn toegekend of opgelegd.

 

TOELATING

Artikel 6 

  1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden, en geassocieerde organisaties.
  2. Bij niet toelating als Zeehaven/Havenbedrijf, ander lid of geassocieerde organisatie kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
  3. Het bestuur houdt een register waarin de namen, adressen en e-mailadressen van alle Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden, en geassocieerde organisaties zijn opgenomen.

 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

Artikel 7 

  1. Het lidmaatschap eindigt:
    1. doordat het lid ophoudt te bestaan;
    2. door de opzegging door het lid;
    3. door de opzegging door de vereniging; of
    4. door ontzetting.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste zes (6) maanden. Het lidmaatschap kan onmiddellijk worden beëindigd, indien:
    1. van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
    2. het bepaalde in artikel 7.4b of 7.4c toepassing vindt. Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie. Een lid kan voorts zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing. De bevoegdheid tot opzegging van het lidmaatschap met onmiddellijke ingang komt echter niet aan de leden toe ingeval van wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen.
  3. Een opzegging in strijd met het bepaalde in artikel 7.2 doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waarop was opgezegd.
  4. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur en kan slechts plaatsvinden:
    1. indien een lid heeft opgehouden aan de vereisten als bedoeld in artikel 3 te voldoen;
    2. indien een lid één of meer van zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
    3. zodra het betrokken lid wordt ontbonden, omgezet in een andere rechtsvorm of fuseert met een andere rechtspersoon;
    4. indien redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  5. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur en kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.
  8. Opzegging van het lidmaatschap of ontzetting uit het lidmaatschap dient schriftelijk plaats te vinden.
  9. In deze statuten wordt onder "schriftelijk" mede begrepen: via een elektronisch communicatiemiddel.

 

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN GEASSOCIEERDE ORGANISATIES

Artikel 8 

  1. Het deelnemerschap van een geassocieerde organisatie eindigt:
    1. doordat de geassocieerde organisatie ophoudt te bestaan;
    2. door de opzegging door de geassocieerde organisatie; of
    3. door de opzegging door de vereniging.
  2. Opzegging door de vereniging geschiedt door het bestuur.
  3. Opzegging van het deelnemerschap van een geassocieerde organisatie dient schriftelijk plaats te vinden.
  4. Wanneer het deelnemerschap van een geassocieerde organisatie in de loop van een periodieke betalingstermijn eindigt, blijft desniettemin de bijdrage voor de lopende periode voor het geheel verschuldigd.

 

GELDELIJKE BIJDRAGEN

Artikel 9 

  1. De Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage (contributie), die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
    De algemene vergadering kan besluiten dat geassocieerde organisaties eveneens zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
  2. Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden kunnen gebruikmaken van diensten van de vereniging en hebben toegang tot bijeenkomsten, activiteiten, informatie en platforms van de vereniging, indien door het bestuur vastgesteld tegen betaling van een al dan niet periodieke vergoeding, onverminderd het bepaalde in artikel 9.1 eerste volzin.
  3. Geassocieerde organisaties kunnen gebruikmaken van diensten van de vereniging en hebben toegang tot bijeenkomsten, activiteiten, informatie en platforms van de vereniging, indien door het bestuur vastgesteld tegen betaling van een al dan niet periodieke vergoeding, onverminderd het bepaalde in artikel 9.1 tweede volzin.
  4. Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden, en geassocieerde organisaties kunnen door het bestuur worden ingedeeld in categorieën die een verschillende bijdrage betalen.
  5. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

 

VERBINTENISSEN

Artikel 10 

Door middel van een besluit genomen door de algemene vergadering kunnen verbintenissen aan het lidmaatschap worden verbonden. Een dergelijk besluit kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde gedeelte der uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van het aantal stemmen dat door stemgerechtigden gezamenlijk kan worden uitgebracht, vertegenwoordigd is.

 

BESTUUR

Artikel 11 

  1. Het bestuur bestaat uit een door de algemene vergadering te bepalen aantal van ten minste vier (4) natuurlijke personen, die door de algemene vergadering worden benoemd.
  2. De benoeming van bestuursleden kan uit één of meer voordrachten geschieden. Tot het opmaken van zulk een voordracht is/zijn bevoegd zowel het bestuur als ten minste twee leden gezamenlijk. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door ten minste twee leden moet ten minste zeven dagen voor de dag van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  3. De algemene vergadering is vrij om bij een benoeming af te wijken van een voordracht.
  4. Degene die de leeftijd van vierenzeventig (74) jaar heeft bereikt, is niet langer tot bestuurslid benoembaar.

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - SCHORSING

Artikel 12 

  1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier (4) jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. Aftredende bestuursleden zijn tweemaal herbenoembaar. Degene die in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
  3. Een bestuurslid dat de leeftijd van vierenzeventig (74) jaar heeft bereikt, treedt af in de eerstvolgende vergadering gehouden nadat hij die leeftijd heeft bereikt.
  4. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
    1. door overlijden van het bestuurslid;
    2. door bedanken.

 

BESTUURSFUNCTIES - BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 13 

  1. Op voordracht van het bestuur benoemt de algemene vergadering de voorzitter voor een periode van vier (4) jaar. De voorzitter is tweemaal herbenoembaar. Het bestuur wijst uit zijn midden een vicevoorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.
  2. Het bestuur kan voor ieder bestuurslid een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan maximaal twee functies binnen het bestuur bekleden. De functie van voorzitter is binnen het bestuur niet met een andere functie verenigbaar.
  3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend.
  4. In een vergadering van het bestuur is elke bestuurder gerechtigd één stem uit te brengen.
  5. Het bestuur besluit zowel in als buiten vergadering met volstrekte meerderheid, tenzij in deze statuten anders is bepaald. Ongeldige en blanco stemmen worden niet als uitgebrachte stemmen geteld. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. Het oordeel van de voorzitter omtrent de inhoud van een genomen besluit is beslissend, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  6. Vergaderingen van het bestuur kunnen worden gehouden door middel van audio- of audiovisuele communicatie apparatuur, tenzij een bestuurder zich daartegen verzet.
  7. Besluiten van het bestuur kunnen in plaats van in een vergadering ook schriftelijk worden genomen, mits alle bestuurders in het te nemen besluit gekend zijn en geen van hen zich tegen deze wijze van besluiten verzet.
  8. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

 

BESTUURSTAAK - VERTEGENWOORDIGING - COMMISSIES

Artikel 14 

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
  2. Elke bestuurder is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Tot de taak van een bestuurder behoren alle taken die niet bij of krachtens de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld, met dien verstande dat elke bestuurder verantwoordelijkheid draagt voor de algemene gang van zaken. Ieder van hen voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij de betreffende bestuurder mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.
  3. Bestuurders dienen zich bij hun taakvervulling te richten naar het belang van de vereniging en de daaraan verbonden organisatie.
  4. Een bestuurder met een tegenstrijdig belang blijft buiten de beraadslaging en besluitvorming omtrent het betreffende bestuursbesluit.
    Indien hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen en het bestuur met algemene stemmen in een vergadering waarin het bestuur voltallig aanwezig of vertegenwoordigd is, van oordeel is dat het besluit niet kan wachten tot de eerstvolgende algemene vergadering, mag het bestuur het besluit nemen, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan dit oordeel en het besluit ten grondslag liggen. Deze overwegingen worden bij de eerstvolgende algemene vergadering aan de leden overlegd. < br /> Indien echter geen bestuursbesluit kan worden genomen, maar het bestuur is niet van oordeel dat het besluit niet kan wachten tot de eerstvolgende algemene vergadering, zal het besluit genomen worden door de algemene vergadering.
  5. Ten aanzien van de taakvervulling door bestuurders vindt het bepaalde bij artikel 138 lid 1 en leden 3 tot en met 10 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige toepassing.
  6. Voor bestuurders wordt een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor rekening van de vereniging afgesloten.
  7. Indien het aantal bestuursleden beneden het voorgeschreven minimum is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
    Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders, is (zijn) de overblijvende bestuurder(s) voorlopig met het gehele bestuur belast. Ingeval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder, berust het bestuur voorlopig bij een persoon die daartoe door de algemene vergadering wordt aangewezen.
  8. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden ingesteld en opgeheven. Het bestuur benoemt en ontslaat de leden van die commissies.
    Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
  9. Onverminderd het in de laatste volzin van artikel 14.8 bepaalde wordt de vereniging vertegenwoordigd:
    1. hetzij door het bestuur;
    2. hetzij door ieder bestuurslid afzonderlijk.

 

JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 15 

  1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en het gevoerde beleid. Het bestuur legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de voorzitter en de penningmeester; ontbreekt ondertekening van één van beide, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na verloop van de termijn kan ieder lid van de gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen dat zij deze verplichting nakomen.
  4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit haar midden een kascommissie. De kascommissie bestaat uit ten minste twee personen, welke personen geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten met toelichting en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
  5. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
  6. Het bepaalde in artikelen 15.4 en 15.5 is niet van toepassing indien omtrent de getrouwheid van de stukken aan de algemene vergadering een verklaring wordt overgelegd afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  7. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in de artikelen 15.2 en 15.3 zo lang te bewaren dat de wet bepaalt, tenzij deze termijn wordt verlengd bij een huishoudelijk reglement.

 

ALGEMENE VERGADERINGEN

Artikel 16 

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. Jaarlijks, uiterlijk zes (6) maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, wordt een algemene vergadering - de jaarvergadering - gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
    1. het jaarverslag en de balans en de staat van baten en lasten met toelichting bedoeld in artikel 15 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie respectievelijk de verklaring van de aldaar bedoelde accountant;
    2. voor zover nodig, de benoeming van de in artikel 15 genoemde commissie voor het volgende boekjaar;
    3. voorziening in eventuele vacatures;
    4. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.  
  3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
  4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel Artikel 21 of bij advertentie in ten minste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen van de notulen.

 

TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 17 

  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben de Zeehavens/Havenbedrijven, de andere leden van de vereniging, de bestuursleden, de personen bedoeld in artikel 17.7, en de geassocieerde organisaties.
  2. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, met dien verstande, dat een geschorst lid of een geschorst bestuurslid toegang heeft tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld, en bevoegd is daarover het woord te voeren.
  3. Over toelating van andere dan de in artikel 17.1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
  4. Stemrecht komt toe aan ieder niet geschorst lid van de vereniging. Iedere Zeehaven/Havenbedrijf en ieder ander lid heeft één stem. De bestuurders hebben als zodanig een raadgevende stem in de algemene vergadering.
  5. Geassocieerde organisaties hebben geen stemrecht, maar hebben als zodanig een raadgevende stem in de algemene vergadering.
  6. Een Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid, of een geassocieerde organisatie kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een daartoe schriftelijk gemachtigde Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid van de vereniging of andere geassocieerde organisatie. Een Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid van de vereniging, of geassocieerde organisatie kan slechts als gevolmachtigde van één ander lid of één andere geassocieerde organisatie optreden.
  7. Een Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid, of geassocieerde organisatie kan zijn rechten slechts uitoefenen door middel van een natuurlijk persoon die door de Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid, of de geassocieerde organisatie daartoe schriftelijk is aangewezen. Deze schriftelijke aanwijzing dient bij de aanvang der vergadering aan de voorzitter van die vergadering te worden overhandigd en namens de Zeehaven/Havenbedrijf of het andere lid, of de geassocieerde organisatie rechtsgeldig te zijn ondertekend.

 

DIGITALE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 18 

  1. Het bestuur kan besluiten dat iedere Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid, en iedere geassocieerde organisatie bevoegd is om door middel van een elektronisch communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen, voor zover van toepassing daarin het woord te voeren en voor zover van toepassing het stemrecht uit te oefenen. Voor deelname aan de algemene vergadering op grond van de vorige zin is vereist dat de Zeehaven/Havenbedrijf of het andere lid, en de geassocieerde organisatie via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en voor zover van toepassing het stemrecht kan uitoefenen.
  2. Door het bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. De voorwaarden die worden gesteld aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel worden bij de oproeping bekend gemaakt.
  3. Het bestuur kan bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering door middel van een elektronisch communicatiemiddel zijn uitgebracht, gelijk worden gesteld met stemmen die tijdens de digitale algemene vergadering worden uitgebracht.

 

VOORZITTERSCHAP - NOTULEN

Artikel 19 

  1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of de vicevoorzitter. Ontbreken de voorzitter en de vicevoorzitter, dan treedt een der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 20 

  1. Het in de algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervalt de uitslag van de oorspronkelijke stemming.
  3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
    Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
  6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
  7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  8. Een eenstemmig besluit van alle stemgerechtigden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
  9. Zolang in een algemene vergadering alle Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

 

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING

Artikel 21 

  1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen volgens het register bedoeld in artikel 6.3. Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden, geassocieerde organisaties, evenals de bestuursleden, worden schriftelijk opgeroepen via het (email-)adres dat zij aan de vereniging schriftelijk hebben medegedeeld.
  2. De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste veertien dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
  3. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 23.

 

HET BEDINGEN VAN RECHTEN TEN GUNSTE VAN LEDEN

Artikel 22 

De vereniging kan ten behoeve van de Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden rechten bedingen. Ook kan de vereniging nakoming van bedongen rechten jegens en schadevergoeding aan een Zeehaven/Havenbedrijf of ander lid vorderen, tenzij deze zich daartegen verzet.

 

STATUTENWIJZIGING

Artikel 23 

  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
  2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de Zeehavens/Havenbedrijven en andere leden, en geassocieerde organisaties en ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle stemgerechtigde leden vertegenwoordigd zijn. Indien niet alle stemgerechtigde leden vertegenwoordigd zijn dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal stemgerechtigde leden dat aanwezig of vertegenwoordigd is, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

 

ONTBINDING

Artikel 24 

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in artikelen 23.1, 23.2 en 23.3 is van overeenkomstige toepassing.
  2. Voor zover de algemene vergadering geen andere vereffenaars heeft benoemd, geschiedt de vereffening van het vermogen van de ontbonden vereniging door de bestuurders.
  3. Aan het batig saldo na vereffening wordt bij het besluit tot ontbinding een bestemming gegeven.
  4. De boeken en bescheiden van de vereniging moeten worden bewaard gedurende tien jaren na afloop der vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaar als zodanig is aangewezen.

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Artikel 25 

  1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen. De algemene vergadering is te allen tijde bevoegd het huishoudelijk reglement te wijzigen of op te heffen.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

 

 

 

Go to top